Kosovo: draagvlak in Štrpce
De lokale verkiezingen in Kosovo van 15 november vorig jaar hebben een spannende situatie opgeleverd in de gemeente Štrpce. Terwijl het Internationaal Gerechtshof in Den Haag zich nog even buigt over de rechtmatigheid van de Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring, is er alvast een regelrechte staatsrechtelijke crisis ontstaan in het lokale bestuur van deze voor tweederde door Serviërs bevolkte gemeente — ook bekend als het bergdistrict Sirinićka Župa en als populaire wintersportbestemming aan de voet van het Šar-gebergte.
Štrpce beschikt namelijk sinds een paar weken over twee burgemeesters en twee gemeenteraden. Op zich is dat niet zo bijzonder in Kosovo, want sinds deze de facto voormalige Servische provincie zich in februari 2008 eenzijdig losmaakte van Servië fungeren hier nog tal van Servische overheidsstructuren alsof er niks aan de hand is. Zodoende zijn er ook overal parallelle, vanuit Belgrado gefinancierde en aangestuurde gemeentebesturen te vinden. De immer leergierige radikalinski’s van de Albanese padvindersclub Vetëvendosje hebben dat keurig netjes, nog net niet met doorkiesnummer, in kaart gebracht:
In het noorden van Kosovo (Mitrovica en achterland) wordt het verzet tegen de regering in Priština breed gesteund door de overwegend Servische bevolking, maar in de overige delen van Kosovo, ten zuiden van de rivier Ibar, waar Serviërs schaars verspreid over het platteland wonen, brokkelt die steun gaandeweg af. Dat komt deels door inmenging van Priština i.s.m. Eulex™ (Pieter Feith en zijn hulppieten), zoals al viel af te leiden uit de afloop van de politiestakingen vorige zomer. Met een stevig ultimatum als drukmiddel wisten bovengenoemden toen honderden Servische politieambtenaren weer aan het werk te krijgen na een anderhalf jaar lang volgehouden protest tegen de onafhankelijkheid. En steeds actiever poogt Priština het werk van de parallelle Servische overheidsstructuur te belemmeren. Gisteren nog beëindigde de Kosovaarse politie een »illegale samenkomst« van een Servisch gemeentebestuur in het dorpje Drsnik bij Klina. Niemand minder dan de Servische vice-minister voor Kosovo, Branislav Ristić, werd daarbij onder politiebegeleiding de grens overgezet. Ook de opperknuppel himself trouwens, Goran Bogdanović, is al meer dan eens op die manier zijn ministeriële werkdomein uitgebonjourd.
De situatie in Štrpce vormt een nieuw hoofdstuk. Hier heeft de aanzienlijke deelname van Serviërs aan de Kosovaarse gemeenteraadsverkiezingen ervoor gezorgd dat op 12 januari voor het eerst een Servische burgemeester werd ingezworen die het gezag van Priština erkent. Hoewel de Servische vlag nog wappert aan de muur van het gemeentehuis, heeft de nieuwe burgemeester Bratislav Nikolić de administratie van de Belgrado-gezinde tegenpartij in de vestibule van het gebouw gedumpt. De hele actie werd door zijn concurrerende ambtscollega Zvonko Mihajlović bestempeld als een »gewelddadige overname door mensen die weliswaar Servische voor- en achternamen dragen, maar volgens de wetten van de illegale republiek Kosovo werken«. Ondertussen heeft Nikolić al de Kosovaarse premier Hashim Thaçi op bezoek gehad, die vooral hoopt op een snelle privatisering van skiresort Brezovica. Op dit moment is er nog steeds sprake van een patstelling tussen twee concurrerende gemeentebesturen, met onzekere afloop.
Štrpce illustreert dat Serviërs in de gebieden ten zuiden van de Ibar zich steeds verder ontworstelen aan de politieke druk vanuit Belgrado. Een lokale hoofdrolspeler in dit proces is de Servische liberale partij SLS (Samostalna liberalna stranka), die in Štrpce door burgemeester Nikolić wordt vertegenwoordigd. De SLS, opgericht in januari 2006 in het dorpje Dobrotin bij Lipljan, is de eerste Servische partij in Kosovo die volledig autonoom van Belgrado opereert en amper contact onderhoudt met het Kosovo-ministerie aldaar. De partij was aanvankelijk marginaal, met een nauwelijks meetbaar draagvlak, maar kreeg evengoed al gauw twee ministersposten toebedeeld in de Kosovaarse regering, een pragmatisch gebaar waarmee de stropdas dragende UÇK-elite zijn multiculti-gezindheid voor de internationale gemeenschap wilde bewijzen.
Ondanks die rol van excuusserviër wist de SLS de afgelopen jaren haar regeringspositie (en haar samenwerking met USAID) uit te buiten om haar netwerk te vergroten en draagvlak te creëren onder Serviërs én Albanezen. Basisscholen, sportvelden, asfaltwegen en woningen werden gebouwd in dorpen als Gračanica, Dobrotin, Preoce en Laplje Selo. In de gemeente Štrpce voerde de partij in de aanloop naar de Kosovaarse gemeenteraadsverkiezingen flink campagne om de bevolking tot een stembusgang te verleiden. In de gemeente Novo Brdo heeft daarnaast de verzoeningspolitiek van de Albanese partij LDK het vertrouwen van veel Serviërs gewonnen. Voorheen bleven Serviërs thuis, maar quasi-patriottische redeneringen als »wie deelneemt aan Kosovaarse verkiezingen, moet weten dat hij daarmee de Servische strijd voor behoud van soevereiniteit en territoriale integriteit schaadt« (minister Bogdanović) verliezen langzaam hun toverkracht op een gekwelde en geteisterde minderheid die dagelijks problemen ondervindt in basisbehoeftes als stromend water, elektriciteit, werkgelegenheid en veiligheid.
Ongeveer een kwart van de Servische kiesgerechtigden kwam op 15 november opdagen in de stembureau’s van de plattelandsgemeentes Gračanica, Klokot, Ranilug, Novo Brdo en Štrpce. Een kwart is nog altijd een mager draagvlak voor het meegaan in de status quo, maar het geeft aan dat er definitief iets aan het veranderen is onder Serviërs in Kosovo. Een en ander is na te lezen in het inzichtelijke rapport »Decentralization in Kosovo: Municipal elections and the Serb participation« [deel I] [deel II] van het Kosovar Institute for Policy Research and Development (KIPRED).
Het strijdpunt is hier niet zozeer of het bestaan van de republiek Kosovo wel of niet legitiem is — en trouwens, de destijds door mevrouw Tina S. Kaidanow van de Amerikaanse missie meegeregisseerde onafhankelijkheid wordt buiten Servië nog door driekwart van de wereld in twijfel getrokken. Ook de SLS heeft gemengde gevoelens hierover gehad (SLS-vertegenwoordigers lieten zich bijv. niet zien tijdens de onafhankelijkheidsceremonie in het parlement), maar neemt deel aan de regering en het integratieproces om tussen de brokstukken van gedetoneerde middeleeuwse kerken een gewis Servisch toekomstperspectief in Kosovo veilig te stellen. Het probleem is dat het compromisloze beleid van Belgrado — dat op ramkoers ligt naar een opdeling van Kosovo, waarbij het noorden blijft behouden — de Serviërs zuidelijk van de Ibar naast een »conform VN-resolutie 1244 staatsrechtelijk gegrond« verzet tegen de regering in Priština geen plan B te bieden heeft. Deze strategie, die al helemaal geen rekening houdt met de aanwezigheid van twee miljoen andersdenkende Albanezen, kan in Mitrovica en omstreken misschien nog tot politieke resultaten leiden, maar zal bezuiden de Ibar op langere termijn tot zelfdestructie van de Servische gemeenschap leiden. Het is dan ook geen wonder dat in die gebieden, volgens het KIPRED-rapport, zelfs Serviërs op de loonlijst van Belgrado het hebben gewaagd om in november toch een stem uit te brengen.
About this entry
You’re currently reading “Kosovo: draagvlak in Štrpce,” an entry on Richard de Boer
- Published:
- 1.27.10 / 4pm
- Category:
- beiträge zur balkanologie
- Tags:
No comments
Jump to comment form | comments rss [?] | trackback uri [?]