AMSTERDAM — Het betalen van smeergeld schijnt
voor westerse bedrijven in Afrikaanse landen een noodzakelijk kwaad te
zijn, maar er duikt zelden iets van bewijslast op. En als er iets lijkt
op te duiken, gaat het om lullige bedragen. Op het eiland Mauritius,
dat een strenge anti-corruptiewetgeving kent, wordt al enkele weken
gesproken over l'affaire Boskalis. Siddick Chady, de voorzitter
van de Mauritiaanse havenautoriteiten, wordt ervan beschuldigd in 2006
steekpenningen te hebben aangenomen van het Nederlandse baggerbedrijf
Koninklijke Boskalis Westminster.
De aantijgingen werden op 19 juli naar buiten
gebracht door het regeringskritische weekblad Samedi Plus.
Volgens het weekblad heeft Boskalis in het laatste kwartaal van 2006
meerdere geldtransacties — variërend van vijfentwintig- tot
zestigduizend Amerikaanse dollar — uitgevoerd naar bankrekeningen in
Groot-Brittannië die gecontroleerd worden door zakenpartners van
Chady. Bij het artikel werd een faxbericht afgedrukt van een medewerker
van Boskalis aan Chady waarin een van de overboekingen wordt bevestigd.
Afgelopen weekend publiceerde Samedi Plus andermaal een
faxbericht waarin sprake is van een transactie van zestigduizend dollar
door Boskalis aan een Brits distributiebedrijf voor Bollywood-films.
Het zijn opmerkelijke betalingen voor een baggerbedrijf, maar aangezien
de familie Chady een bioscoopketen op Mauritius runt, lijkt Boskalis de
transacties in opdracht van havenvoorzitter Chady te hebben uitgevoerd.
Inmiddels doen het Mauritiaanse ministerie van
Toerisme en een onafhankelijke anti-corruptiecommissie (ICAC) onderzoek
naar de geldtransacties. Chady, een oud-minister en voormalig
parlementslid uit de partij van de zittende premier Navin Ramgoolam,
wijst alle beweringen van de hand. Op gesprek ontboden bij de ICAC,
meldde hij dat hij net zijn paspoort was kwijtgeraakt tijdens een
bezoek aan India. Het natrekken van zijn overzeese bankgegevens wordt
hierdoor een stuk ingewikkelder. Eerder werd hij beschuldigd van
medeplichtigheid bij een fraudezaak in 2002, toen de Mauritiaanse
zakenman Teeren Appasamy zo'n vijftien miljoen euro aan pensioengelden
van de Mauritius Commercial Bank had verduisterd. Appasamy werd vorig
jaar in Londen gearresteerd door de Britse politie.
Volgens de berichtgeving op het eiland hebben
de Mauritiaanse autoriteiten Boskalis schriftelijk om opheldering
verzocht, maar Boskalis-woordvoerder Martijn Schuttevâer weet van
niets. "We vernamen via de pers op Mauritius dat er vragen zijn over
geldtransacties", zegt Schuttevâer desgevraagd. "We zijn de zaak
aan het onderzoeken, maar kunnen nog niets bevestigen." Hij voegt er
wel aan toe dat Boskalis strenge gedragscodes hanteert in de omgang met
zakelijke partijen.
Boskalis kreeg in juli 2006 van de Mauritiaanse
havenautoriteiten (Mauritius Ports Authority) een baggercontract
toebedeeld voor de haven van de hoofdstad Port-Louis. Een relatief
kleine opdracht van elf miljoen euro om de vaargeul naar Port-Louis uit
te diepen van dertien naar 14,5 meter. De baggerwerkzaamheden werden
destijds bemoeilijkt door vissers die compensatie eisten voor
milieuvervuiling en belemmering van de visserij. Sinds de voltooiing
van het baggerwerk in november 2006 kan Port-Louis als een van de
weinige Afrikaanse havens ook de nieuwe generaties grote
containerschepen ontvangen.
Verwacht wordt dat de ICAC binnenkort met een
rapport over de vermeende fraudezaak komt. Bij voldoende bewijslast kan
Nederland worden verzocht om medewerking in het onderzoek.
(c) RICHARD DE BOER / De Groene Amsterdammer