132/34 van 22 augustus 2008.

    L'affaire Boskalis

    Fraudezaak op Mauritius

    AMSTERDAM — Het betalen van smeergeld schijnt voor westerse bedrijven in Afrikaanse landen een noodzakelijk kwaad te zijn, maar er duikt zelden iets van bewijslast op. En als er iets lijkt op te duiken, gaat het om lullige bedragen. Op het eiland Mauritius, dat een strenge anti-corruptiewetgeving kent, wordt al enkele weken gesproken over l'affaire Boskalis. Siddick Chady, de voorzitter van de Mauritiaanse havenautoriteiten, wordt ervan beschuldigd in 2006 steekpenningen te hebben aangenomen van het Nederlandse baggerbedrijf Koninklijke Boskalis Westminster.

    De aantijgingen werden op 19 juli naar buiten gebracht door het regeringskritische weekblad Samedi Plus. Volgens het weekblad heeft Boskalis in het laatste kwartaal van 2006 meerdere geldtransacties — variërend van vijfentwintig- tot zestigduizend Amerikaanse dollar — uitgevoerd naar bankrekeningen in Groot-Brittannië die gecontroleerd worden door zakenpartners van Chady. Bij het artikel werd een faxbericht afgedrukt van een medewerker van Boskalis aan Chady waarin een van de overboekingen wordt bevestigd. Afgelopen weekend publiceerde Samedi Plus andermaal een faxbericht waarin sprake is van een transactie van zestigduizend dollar door Boskalis aan een Brits distributiebedrijf voor Bollywood-films. Het zijn opmerkelijke betalingen voor een baggerbedrijf, maar aangezien de familie Chady een bioscoopketen op Mauritius runt, lijkt Boskalis de transacties in opdracht van havenvoorzitter Chady te hebben uitgevoerd.

    Inmiddels doen het Mauritiaanse ministerie van Toerisme en een onafhankelijke anti-corruptiecommissie (ICAC) onderzoek naar de geldtransacties. Chady, een oud-minister en voormalig parlementslid uit de partij van de zittende premier Navin Ramgoolam, wijst alle beweringen van de hand. Op gesprek ontboden bij de ICAC, meldde hij dat hij net zijn paspoort was kwijtgeraakt tijdens een bezoek aan India. Het natrekken van zijn overzeese bankgegevens wordt hierdoor een stuk ingewikkelder. Eerder werd hij beschuldigd van medeplichtigheid bij een fraudezaak in 2002, toen de Mauritiaanse zakenman Teeren Appasamy zo'n vijftien miljoen euro aan pensioengelden van de Mauritius Commercial Bank had verduisterd. Appasamy werd vorig jaar in Londen gearresteerd door de Britse politie.

    Volgens de berichtgeving op het eiland hebben de Mauritiaanse autoriteiten Boskalis schriftelijk om opheldering verzocht, maar Boskalis-woordvoerder Martijn Schuttevâer weet van niets. "We vernamen via de pers op Mauritius dat er vragen zijn over geldtransacties", zegt Schuttevâer desgevraagd. "We zijn de zaak aan het onderzoeken, maar kunnen nog niets bevestigen." Hij voegt er wel aan toe dat Boskalis strenge gedragscodes hanteert in de omgang met zakelijke partijen.

    Boskalis kreeg in juli 2006 van de Mauritiaanse havenautoriteiten (Mauritius Ports Authority) een baggercontract toebedeeld voor de haven van de hoofdstad Port-Louis. Een relatief kleine opdracht van elf miljoen euro om de vaargeul naar Port-Louis uit te diepen van dertien naar 14,5 meter. De baggerwerkzaamheden werden destijds bemoeilijkt door vissers die compensatie eisten voor milieuvervuiling en belemmering van de visserij. Sinds de voltooiing van het baggerwerk in november 2006 kan Port-Louis als een van de weinige Afrikaanse havens ook de nieuwe generaties grote containerschepen ontvangen.

    Verwacht wordt dat de ICAC binnenkort met een rapport over de vermeende fraudezaak komt. Bij voldoende bewijslast kan Nederland worden verzocht om medewerking in het onderzoek.

    (c) RICHARD DE BOER / De Groene Amsterdammer




    Locations of visitors to this page